Wat een dagje Rotterdam je kan leren over innovatie

Vorige week trokken we onder begeleiding van Unizo De Makers op inspiratietrip naar Rotterdam. De reis bracht ons langs de kiemen van de ‘Next Economy’ in de Rotterdamse maakindustrie. Lokaal maken, nieuwe technologie en kruisbestuiving stonden centraal.

De Next Economy is een containerterm van containertermen om een toekomstscenario voor onze economie te beschrijven. In essentie gaat het erover dat we door technologische en sociale ontwikkelingen een nieuwe industriële revolutie tegemoet gaan die onze economie lokaler, digitaler en hopelijk duurzamer maakt. Innovatieve maak-bedrijfjes zijn de avant-garde van deze ontwikkeling.

Kiemen van de next economy kan je ontdekken in innovatieve hotspots over heel de wereld. Kennisinstellingen, onderwijs, burgers, overheid en ondernemers bundelen er de krachten om samen nieuwe economische activiteiten te ontwikkelen. Vaak worden de hotspots doelbewust ‘ecosystemen’ voor een bepaald soort activiteiten, bijvoorbeeld hernieuwbare energie, maritieme innovatie, drones of biotechnologie.

Kiemen van de next economy kan je ontdekken in innovatieve hotspots over heel de wereld.

RDM

RDM Campus - © Luk Collet

In Rotterdam bezochten we enkele innovatie-hotspots in het ‘Innovation District’:

  • RDM (Research, Design, Manufacture)-campus: de RDM-campus is het resultaat van een reconversie van een oude scheepswerf. Midden in de haven en verrassend dichtbij de stad werken bedrijven, studenten en onderzoekers samen aan technische projecten die bijdragen aan ‘de slimste haven’.
  • SuGu (StartUps - GrownUps) Warehouse: SuGu is een cluster van bedrijven die onder één dak werken met een focus op biobased en gerecycleerde plastics, geavanceerde machinebouw en circulair design.
  • Fenix Food Factory: de Fenix Food Factory is een versmarkt annex voedselfabriek. Het brood wordt ter plekke gebakken, de koffie wordt ter plekke gebrand, het bier wordt ter plekke gebrouwen...
  • Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE): ECE is de incubatiepoot van de Erasmus School for Economics. Het begeleidt startups en kleine of grote bedrijven in hun innovatieproces. ECE huisvest meer dan 50 bedrijven en blijft groeien.
  • Ook kunstenaars vinden hun plaats in het Innovation District, met Atelier Van Lieshout en Studio Roosegaarde als bekendste voorbeelden. Beide kunstenaars(collectieven) werken vaak met en rond industriële technologie.

Ook in Vlaanderen hebben we nota bene dergelijke hotspots. Denk maar aan de Open Manufacturing Campus in Turnhout, Greenville en C-Mine bij Genk en op meer regionale schaal Designregio Kortrijk en sinds kort Leuven Mindgate
 

 

Fenix Foodfactory

Fenix Food Factory - © Luk Collet

Wat kunnen we leren van de Rotterdamse voorbeelden?

1. Feeders en leaders

In Rotterdam nemen ondernemers duidelijk het voortouw (leaders). De stad faciliteert waar mogelijk, maar subsidieert niet en stuurt zelf niets inhoudelijk aan (feeder).

Concreet helpt de stad door infrastructuur – leegstaande loodsen in de haven - op te knappen en ter beschikking te stellen. Of door flexibel om te gaan met huurvoorwaarden en bestemmingsplannen. SuGu mocht bijvoorbeeld al activiteiten starten in een loods, terwijl de onderhandelingen over het huurcontract nog liepen. Zo kon het collectief al doende de haalbaarheid van de plannen testen.

Naast die welwillende houding tracht de stad strategische (en fysieke) verbindingen te leggen tussen de verschillende initiatieven. Zo ontstond het ‘Rotterdam Innovation District’, een afgelijnde zone in de haven die volledig in het teken staat van innovatie.

Soms is ook een pragmatische omgang met regels - die vaak achter de feiten aanhollen – nodig. Zo mag in Nederland bijvoorbeeld een brouwerij op de brouwlocatie geen bier verkopen. De Kaapse brouwers doen dat in de Fenix Food Factory wel. Volgens de Nederlandse wet mag je als producent ook geen voedingswaren kweken op consumptieresten. Rotterzwam doet dat in Bluecity Rotterdam wel: het kweekt zwammen op koffiegruis en stelt intussen zeven mensen tewerk.

2. Branding en bekendheid

Innovatieve hotspots moeten ook ‘verkocht’ worden in binnen- en buitenland. Zo trek je nieuwe ondernemers, medewerkers en financiers aan. De hotspots zorgen in eerste instantie zelf voor sterke merken: RDM en de Fenix Food Factory zijn begrippen in de regio. De stad verbindt daar bovenop alles in de overkoepelende branding van het ‘Rotterdam Innovation District’.

SuGU

Het bedrijf Rainmaker in SuGu Warehouse - © Luk Collet

3. Kruisbestuiven

Innovatie gedijt het best waar kruisbestuivingen plaatsvinden. Mensen moeten elkaar fysiek ontmoeten en zo tot een clash van ideeën komen.

In RDM, bijvoorbeeld, hokken technische scholen samen met startups en enkele grote bedrijven. De scholen sturen stagiairs naar de ondernemingen, de ondernemingen lenen de machines van de scholen, afgestudeerden gaan aan de slag in de ondernemingen. Verschillende multinationals zijn er kind aan huis om hun innovatieafdelingen fris te houden.

RDM is bovendien opgevat als één grote open ruimte waar de bedrijven naast elkaar een stuk oppervlakte huren, zoals op een vakbeurs. Door die openheid kan het bijna niet anders dat mensen elkaar ontmoeten en bedrijven elkaars partner of klant worden.

4. Betaalbare ruimte die meegroeit met de bedrijven

Bedrijven - zelfs de digitale makers van de Next Economy - hebben ruimte nodig. Startende bedrijven hebben dan nog eens betaalbare ruimte nodig. Hier kan de overheid het verschil maken. Private eigenaars van leegstaande sites willen immers zekerheid en een groot rendement. Ze kiezen dus eerder voor klassieke projectontwikkeling dan om startups te huisvesten. Overheden en overheidsbedrijven kunnen andere keuzes maken.

RDM, bijvoorbeeld, huist in een site die gedeelde eigendom is van de stad en het Havenbedrijf. SuGu en Fenix Food Factory zitten beiden in loodsen van de stad. Dat helpt.

Bovendien is er plaats genoeg: als bedrijven willen groeien, huren ze gewoon meer oppervlakte. De grenslijntjes op de vloer worden dan letterlijk hertekend.

 

5. Keep your financers close

In de financierswereld zou er iets bestaan als de 20-minutenregel: financiers hebben graag hun poulains vlakbij, op 20 minuten afstand. Zo houden ze maximaal de vinger aan de pols van hun investeringen. Rotterdam trok daarom bijvoorbeeld de Europese poot van het Amerikaanse Cambridge Innovation Center (CIC) aan. CIC begeleidt wereldwijd meer dan 800 startups en kreeg voor hen samen inmiddels 1.8 miljard dollar aan financiering vast. Als een deeltje van dat manna in je Innovation District neerdaalt, kan je mooie dingen doen.

6. Keep your customers even closer

Veel van de bedrijven die we zagen, maken heel specifieke producten op vraag van hun klanten. Een 3D-printing bedrijf ontwikkelt stap voor stap een 3D geprinte boot, een ander bedrijf maakt geavanceerde machines op maat, nog een bedrijf maakt polyester stukken op vraag voor designers… Allen moeten ze voortdurend nauwgezet afstemmen met hun klanten. Daarom loont het om de productie vlakbij in de stad te hebben: dankzij de korte lijnen kunnen de makers meteen bijsturen en hun klanten de nieuwe resultaten tonen.

What’s next?

Allemaal goed en wel, kan je denken, maar zullen een handvol bedrijfjes in hotspots werkelijk de economie veranderen? Vlakbij het Innovation District bezetten de petrochemie- en container-reuzen immers nog veruit het grootste deel van de haven. En de meest succesvolle startup van RDM, het bedrijf Ampelmann, is mee groot geworden in het zog van die klassieke industrieën. Wat verandert er dan eigenlijk fundamenteel?

Wat verandert er eigenlijk fundamenteel? Antwoord: elke verandering begint klein.

Antwoord: elke verandering begint klein. Het is zaak om de – gewenste - innovatie op te schalen en impact te genereren. Daarom heeft Rotterdam de bekende econoom Jeremy Rifkin onder de arm genomen. Rifkin zal voor de stad een roadmap naar de Next Economy uitstippelen.

Bij ons trekt onder andere Unizo De Makers aan die kar: het initiatief wil makers verenigen, in contact brengen met nieuwe trends, duurzame businessmodellen aanreiken en hen opnieuw een plaats geven in de stad.

Of zoals Janjoost Jullens en Mattijs Taanman het op de blog ‘Vers Beton’ stellen:
“Ondanks de goede voorbeelden en de ambitie is [de] impact [van de makers] op de stad nog beperkt. En precies daar zouden the next economy strategen zich mee kunnen bemoeien: hoe introduceer je de skills, de autonomie en de experimenteerdrang van de makers in strak georganiseerdere werelden als onderwijs, corporate en beleid? Hoe groeit de next economy van onze werkstad daadwerkelijk op de werkvloer, de straat en op zolder?”

OOK INTERESSANT

Waar gedijt innovatie

Het kennisplatform Ruimtevolk deed een interessante verkenning van kernelementen van succesvolle innovatiemilieus. De onderzoekers vonden zes elementen en bracht ze samen in een mooie interactieve visualisatie.

Lees ook het verslag van de tour door Stijn De Mil van Fablab Factory.

 

Reacties

Reageer