
GASTBLOG door Maarten Dubois & Rob Hoogmartens
Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer (SuMMa)
Om de transitie naar een circulaire economie te realiseren, moet de rol van producenten veranderen. Producenten moeten meer verantwoordelijkheid nemen om het duurzaam gebruik van een product over de hele levenscyclus te ondersteunen.
Vegen voor eigen stoep
Twee decennia geleden was het vanzelfsprekend dat de overheid instond voor inzameling en recyclage van huishoudelijk afval. Nu kijken we echter steeds meer naar de producent in het kader van Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). Organisaties zoals Fost Plus, Recupel, Bebat en Febelauto zijn opgericht door de betrokken bedrijfssectoren om afval van respectievelijk verpakkingsmateriaal, electr(on)ische toestellen, batterijen en auto’s te recycleren.
Twee decennia geleden was het vanzelfsprekend dat de overheid instond voor inzameling en recyclage van afval. Nu kijken we steeds meer naar de producent.
Door producenten verantwoordelijk te maken voor de afvalinzameling internaliseren we niet alleen de financiële lasten, maar ook de aandacht voor afvalpreventie. Het succes van dergelijke UPV-organisaties blijkt niet alleen uit de stijgende volumes gerecycleerd materiaal, maar ook uit de tevredenheid bij zowel bedrijven als overheden.
Er gaat nog te veel verloren
Toch zijn er nog heel wat uitdagingen om UPV in te zetten als volwaardige opstap naar een circulaire economie.
Ten eerste gaan er grote afvalstromen verloren die niet of minderwaardig gerecycleerd worden. Zo is de fractie ingezamelde plastics relatief klein en beperkt de recyclage zich vaak tot downcycling in laagwaardige toepassingen. Kleine electronica en batterijen blijven thuis in schuiven liggen of eindigen in de restafvalzak. Verder wordt ook twee derde van alle auto’s als tweedehands goed geëxporteerd naar regio’s zoals Afrika waar er geen controle is op verwerking van autowrakken. Uiteraard is de internalisering van de afvalproblematiek het zwakst bij materiaalstromen die helemaal geen UPV kennen. Zo vallen verschillende bouwmaterialen, meubels of niet-recycleerbare goederen zoals wegwerpluiers niet onder UPV-wetgeving.
Ten tweede blijft de hoeveelheid afval van verpakkingen, electronica en batterijen maar stijgen. Recyclage is goed, maar het vermijden van afval is nog veel beter. De huidige economische prikkels voor ecodesign en afvalpreventie blijken echter te zwak. Om beide uitdagingen aan te pakken zijn zowel bindende verplichtingen, opgelegd in het kader van een duurzame beleidsvisie, als innovatie vanuit de bedrijfswereld nodig.

UPV-model verdient uitbreiding
De sterke resultaten van de bestaande toepassingen tonen aan dat UPV een goede pragmatische wijze is om de transitie naar een circulaire economie in te zetten. UPV maakt bedrijven en consumenten bewust van de nood aan duurzaam materialenbeheer, zorgt voor de ontwikkeling van recyclagetechnologie en structureert de markt voor efficiënte inzet van secundaire grondstoffen.
Om duurzamer met materiaal om te gaan, moet de producentenverantwoordelijkheid uitgebreid en uitgediept worden.
Om duurzamer met materiaal om te gaan, zal UPV echter uitgebreid moeten worden naar meer productstromen en uitgediept moeten worden zodat meer materialen hoogwaardig worden ingezet. Ecodesign en preventie van afval moeten ook meer centraal komen te staan. Een goede samenwerking tussen overheden en bedrijfswereld is dan ook essentieel om de circulaire economie via UPV een stap dichterbij te brengen.
Op 11 december organiseert SuMMa het seminarie ‘Uitdagingen voor een transitie naar duurzaam materialenbeer’. Eén van de drie sessies gaat over de economische randvoorwaarden die nodig zijn voor een dergelijke transitie. Meer specifiek gaat het over de inzet van Vlaamse milieuheffingen en de impact van UPV op ecodesign.
Je vindt alle informatie op de website van SuMMa.
Maarten Dubois & Rob Hoogmartens



















